Land van de Swazi’s.

24 augustus 2026.

Grens.

De grenspost Golela – Lavumisa, Zuid-Afrika – eSwatini passeren is een peulschil, toch naar Afrikaanse normen. Gate-pass ontvangen, paspoorten stempelen, gate-pass betalen, voertuigcontrole en hop, weg. Maximaal 15 minuten en we zijn in eSwatini! Alleen eigenaardig dat na acht jaar de naam op officiële documenten nog altijd “Swaziland” is. ESwatini betekent overigens “land van de Swazi’s” in het SiSwati.

De asfaltweg is goed, kaarsrecht naar het noorden, weinig verkeer, weinig huizen, alleen koeien en geiten op de weg. Aan een aftands bushokje wacht een ezel, aan het volgende drie varkens. Hoewel armoedig, maakt alles toch een eerder lieflijke indruk: zon, groen, bananen-plantages, suikerrietvelden.

Een politiecontrole, stoppen … maar de agent wil alleen maar een praatje maken en wenst ons een leuk verblijf in eSwatini.

KaMsholo.

Je zou het niet verwachten, maar in deze verlaten streek is er een prachtige stopplaats voor koffie: KaMsholo lodge en Game Park. De koffie en de vanille milkshake (Lou) is er heerlijk, maar de echte plus is het terras met uitzicht op het natuurgebied. Een iriserende starling (glanskraai) houdt ons hier gezelschap. Traditionele Swazi “beehive-hutten” in een kraal zijn nagebouwd. Als gast kun je er zelfs in overnachten. Maar wat is het contrast groot met de armoedige huisjes en dorpjes van de lokale bevolking.


Riet.

Op de weg passeren we meer en meer “riet-vrachtwagens” – grote trucks met nog een aanhanger, metershoog volgestapeld met droge rietstengels. Af en toe vallen er zo een aantal stengels op de grond. Op veilige afstand achterblijven is de boodschap. Maar op hellingen rijden ze nog geen 20 km per uur! Soms dubbelt de ene zelfs de andere over kilometerslange afstand.

We passeren een distilleerderij: hier wordt suikerriet verwerkt tot molasse om dan te distilleren tot ethanol. Bij Big Bend rijden we langs een suikerfabriek waar 21 vrachtwagens met rietstengels staan aan te schuiven! Na Zuid-Afrika en Egypte is het kleine eSwatini de derde grootste rietsuiker producent van Afrika.

Mkhuzweni.

We zoeken een leuke lunchplek. Een bordje langs de weg wijst naar Mkhuzweni Bushman Rock Art, 1 km. Proberen, en een rode aardeweg inrijden. We passeren een paar huisjes – kinderen hollen naar buiten en ons achterna – en belanden aan de voet van een rotsheuvel op een leuke grasveld-parking. Ideale lunchplaats in een mooi decor. Alleen … een zestal kinderen van alle groottes en leeftijden staat om ons heen.

We splitsen op: Betty en ik blijven bij de auto achter, de rest trekt de berg in op zoek naar de rotstekeningen. Na een tijdje zitten en niets doen druipen de kindjes af. De “paintings” blijken toch wat verder te liggen dan gedacht. Onze medereizigers komen terug: niets gezien. Lunchen dan maar, in de aangename zon, naast een “monkey orange” boom, een doringklapper in het Afrikaans, geen Nederlandse vertaling gevonden. Monkey Orange ziet er een beetje uit als een sinaasappel en zou heel lekker en voedzaam zijn.

Nog terwijl we aan het lunchen zijn, komt een vrouw uit het dichtstbijzijnde huis en sjokt naar ons toe. Het blijkt een vriendelijke, “vrijwillige gids” te zijn voor de “bush paintings”. Nee, dank u, we moeten verder … misschien later?

Mkhiweni.

Onze eindbestemming ligt maar een half uurtje verder: Mkhiweni-huis midden in Dombeya game reserve. De setting lijkt een beetje op die in Kuleni, maar het huis is gezelliger. Hier kunnen we de volgende dagen een beetje relaxen (?). Er liggen macadamia snoepjes klaar. Ze zien er een beetje uit als stopverf, maar wel lekker.

Maar we hebben wel nog groenten en fruit en water en … nodig. De drie meisjes willen al van de rust genieten; wij mannen zoeken proviand. Dichtstbijzijnde “supermarkt” is de Mafuteni Trading Store. In een grote, kale vierkante ruimte staan wat rekken; er liggen grote zakken rijst en graanproducten. De eigenaar is een Indisch-uitziend persoon die slecht Engels spreekt. Eerst vragen of je hier met kaart kan betalen. “Yes”. Maar we zien nergens een toestel en er is ook geen kassa. “Yes, you come with me. I go with you”. Hij wijst naar buiten. Hm … risico maar nemen. Nog een vraag: “Do you sell vegetables?” “Yes”. Maar we zien die nergens? “Ah, not now!” …

Onze totale rekening is 150 Emlangeni (SZL), ander land, andere munt, 1 Emlangeni = 1 Zuid-Afrikaanse Rand. Nu met kaart? “Come!” De winkelier loopt bij de slager ernaast binnen, maar die is niet thuis. “You want alcohol”, zegt hij en hij troont ons mee naar de andere buur: een bottle store!

Dit is een echte bottle store, niet zoals in Zuid-Afrika waar je zelf tussen de dranken rekken loopt en maar neemt. Nee, hier is er een toog met daarachter dikke tralies. Je bestelt bij een mevrouw die achter die,tralies zit. Nu begrijpen we de combine: in de bottle store kan je wel met kaart betalen. De 150 SZL van daarnet moet gewoon bij onze drank-rekening geteld worden. Ze rekenen onder mekaar af. Oké, zes flesjes Savanna Dry. Amper hebben we onze bestelling geplaatst of drie halve (of hele?) zatlappen hangen rond ons. De ene bazelt iets over “ancestors” tegen mij, de andere wil een “high five” doen. Ondertussen zeurt de Indiër over zijn 150 SZL. Wat een gedoe.

Nu nog groenten en fruit zien te vinden. Geen probleem: eind eind terug was er een tankstation en een lokaal marktje. Aan het eerste het beste stalletje kopen we acht bananen, “naartjies” (een soort mandarijntjes), tomaten, ajuin, paprika … De verkoopster heeft elk item in een plastic zak gestopt. Aan het eind kijkt de verkoopster even in de zak en zegt dan 100 SZL, omgerekend 5 EUR. Plus, ze wil ook nog fier poseren voor de foto.

Nu nog “deep fried chicken burgers” kopen in het tankstation voor op de “braai” (barbecue). Als dat maar goed afloopt.

P.S. In Mkhiweni-huis is supersnel internet (200 Mb/s) via Starlink satellieten.


Ontdek meer van Blue Crane home.

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reageer op dit verhaal