22 augustus 2026.
Coastal Forest.
De rooiduker lijkt ons triestig na te kijken als we Kuleni verlaten.

Onze volgende bestemming – Africamps in Pongola Game Reserve – ligt niet zover, We beslissen echter om niet de goede, geasfalteerde weg te kiezen, maar een omweg te maken via de “Coastal Forest”.
Aanvankelijk passeren we plantages van macadamia-noten en ananas (die smaakt hier overheerlijk). De weg is goed, heel goed, met op bepaalde stroken zelfs een fietspad, ongezien tot nu toe. Ook de huizen zien er veel beter uit, zeker geen krotten meer. Plots houdt de bebouwing op: alleen nog natuur, groen. We slaan een grindweg in, doorheen het Coastal Forest. Al vlug verandert de grindweg in zandweg, smal en met onophoudelijk dichte muren van groen. Niet veel te zien. Geen telefoonbereik meer. Verlaten woud.


Bij een zeldzame tegenligger moeten we heksentoeren uithalen om elkaar te kunnen passeren. Na een paar uur rijden stoppen we even – uiteraard gewoon op de zandweg, nergens is een uitwijkplaats. We staan naast een wilde citroenboom. Als we een vrucht aftrekken, vloeit uit de stengel een wit, kleverig goedje.
Sibayi.
Ergens midden in het woud ligt het Sibayi meer, het grootste zoetwatermeer van Zuid-Afrika. Spijtig genoeg voert de weg niet langs de oever. Heel af en toe zijn er doorkijkjes. Rond het meer beginnen we een paar huisjes te zien. Een houthakker met kunstenaarsallures heeft zich uitgeleefd op een paar boomstronken en heeft, onder andere, een leeuwenkop gekerfd.



Eindelijk, na uren rijden wordt de zandweg opnieuw een brede grindweg. Met reden: het woud stopt en eucalyptus-plantages nemen over. Het is zaterdag, maar toch zijn mannen bezig grote trucks te laden met boomstammen. Nu nog een goed stuk asfaltweg, dan weer anderhalf uur goede grindweg. Goed = breed en hard. Wel met “ribbels”, aangewezen snelheid 70 km per uur.


Jozini.
Gek hoe het landschap opnieuw verandert: eerst groen, relatief goede huizen, dan op het einde dor, stoffig, droog, vuil, primitieve hutjes. Toch is het een wonder hoe je mannen met kraakwit hemd soms uit de houten of golfplaten huizen ziet komen, of vrouwen – meestal oudere – in kleurrijke kleren.
Het stadje Jozini ligt op een berg net voor het Jozini-meer. De hoofdstraat is druk: veel voetgangers, veel auto’s, houten of golfplaten koterijen langs de hele lengte van de straat. Daarin wordt “van alles” verkocht, gemaakt, hersteld en/of versjacherd. Wat een warboel.
We dalen af naar het meer, naar Africamps White Elephant in het Pongola Game Reserve, een natuurpark met de “Big Four”, alleen leeuwen zijn hier niet. We worden begroet door een “yellow billed hornbill”, of geelsnavel neushoornvogel. Inchecken bij Johan, de kamp-manager, een echte Afrikaner: groot, breed, joviaal EN als hij traag Afrikaans spreekt, begrijpen we hem! Africamps glamping kennen we inmiddels, maar in tegenstelling tot onze vorige ervaring hebben we deze keer geen elektrische deken nodig. Om 8 uur ‘s avonds is het nog 28 °C! Wat een verschil met het begin van de reis.

Eten, moe zijn, in bed om 21 uur, ten laatste, want we staan op bij het krieken van de dag, 6 uur! Hier leven we je op het ritme van de zon. Alleen … er steekt een krachtige wind op, storm? Alles rammelt en flappert in en aan onze tent. Maar we zijn moe genoeg …
P.S. Ondertussen zijn er vier van ons gezelschap ziek of ziek geweest of herstellend.
Ontdek meer van Blue Crane home.
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.