Getrokken messen in Porto Vecchio.

29 oktober 2026.

Geniet van het moment! Vanaf zonsopgang (6.50 u.) tot iets na 10 uur krijgt de zon de kans om volop te schijnen. Ontbijt buiten – zoals altijd – dan het zwembad in. Maar daarmee schrijf je geen blogpost vol. Op dus naar Porto Vecchio.

Porto Vecchio.

Opnieuw een stad op een rots gebouwd, maar … de verwachtingen onmiddellijk temperen: dit is niet zo spectaculair als Bonifacio. We parkeren aan de jachthaven. Een eind verder in de baai ligt de zeehaven met aanlegsteiger voor de veerboten naar Marseille, Nice, Toulon en Napels en Civitavecchia in Italië en naar Sardinië. Citadel en oude stad domineren het zicht. We wandelen naar boven …

Leuk stadje, kleine straatjes, hoge huizen met drogende was op een paar verdiepingen, maar … mist een beetje authenticiteit; te “glad”, te toeristisch; bijna te netjes. Elk tweede huis lijkt wel een bar, winkeltje of restaurant te zijn. Gelukkig zijn we hier niet in het topseizoen.

Vanop de citadel – toegangsprijs 2 € – krijg je een mooi panorama over de haven – een van de havendammen wordt vernieuwd – en over de stad. In het zuiden liggen de zogenaamde zoute moerassen, “marais salants”. De zoutwinning is hier in 2000 gestopt, maar de verschillende zoutbekkens zijn nog goed zichtbaar. Porto Vecchio was vroeger de zoutstad van Corsica. Het zout zou van excellente kwaliteit geweest zijn, of is dat Corsicaans chauvinisme? Aan de haven liggen de gerenoveerde gebouwen van de oude kurk verwerkingsfabriek, nu standplaats van een theatergezelschap.

Het eigenaardigste in de stad zijn echter de messenwinkels. Je koopt hier messen in alle groottes en voor verschillende doeleinden: herdersmessen, antieke messen, traditionele Corsicaanse messen, zelfs messen speciaal voor de beruchte vendetta, de Corsicaanse bloedwraak. Het heft van zo een mes kan van been zijn, of van mammoet-ivoor of van zeldzaam hardhout. Het lemmet van inox, carbon of damast-staal. Alles om volgens je eigen budget en sociale status te steken, snijden, villen of … te doden. O ja, de meester messenmaker slijpt ook jouw mes weer als het bot is geworden door het intensieve gebruik. Geen wonder dat Corsica het grootste aantal jaarlijkse moorden per 100.000 inwoners van Europa kent.1

Pizzeria’s zijn er hier ook veel. We lunchen in die rechtover de “Mairie”, het stadhuis. Voor mij een “pizza Corsica” met geitenkaas en schijfjes figatelli, een zwarte, pikante bloedworst van voornamelijk varkenslever. Zo laat op het jaar worden we nog lastig gevallen door wespen …, maar mijn pizza lusten ze blijkbaar niet.

Pinarello.

Op de terugweg rijden we langs Pinarello, een badstadje met halve-maan-strand met wit zand en een sparrenbos op de achtergrond. Achter het bos een pittoresk meertje en in het bos een kunstwerk van bamboe. In deze periode van het jaar liggen er bitter weinig mensen op het strand maar in de zomer … Aan de nu lege parkings te zien, moet het er dan erg druk zijn.

Pinarello heeft een Genuese toren, een van de weinige vierkante Genuese torens. Die toren staat op een eilandje, net voor de kust, te voet te bereiken bij eb, ten minste als je door anderhalve meter zeewater wil waden. Vanaf het strand lijkt het echter of eilandje en vasteland een geheel vormen.

We zijn geen “strandmensen”. Het zwembad van ons vakantiehuis en een “apéro” roepen ons. Vanavond eten we Pieters pokébowl.

  1. Vandaag, 4 december 2025, vertelt me iemand die jaren in Porto Vecchio heeft gewoond, dat de messenwinkels er vooral (of alleen?) maar zijn voor de toeristen! ↩︎

I Forchi di Bavedda.

28 oktober 2025.

Dag 3: zie dag 2 en dag 1 voor wat het weer betreft, alleen … deze keer zou de zon de hele dag van de partij zijn. In de verste verte geen wolkje te bespeuren. Laten we de bergen in trekken.

I Forchi di Bavedda.

Het vliegtuig van Air Corsica dat ons hierheen bracht, heette “I FORCHI DI BAVEDDA”, vrij vertaald uit het Corsicaans als “de vorken van Bavedda” of, de officiële naam in het Frans: Les aiguilles de Bavella. Het zuidoosten van Corsica is de streek van hoge, granieten rotsen: Alta Rocca. Een van de bergketens die deze streek afbakenen is het noordelijke Bavella-massief, zowat de natuurlijke grens tussen Noord- en Zuid-Corsica. Hoogtepunt, letterlijk en figuurlijk – en centrum van dit massief – zijn zeven rotspieken: de Aiguilles de Bavella. Daar willen we wandelen.

De ongeveer een uur durende autorit er naartoe is op zich al spectaculair. Zodra we van de kust wegdraaien, het binnenland in, presenteren zich de hoge grijs-roze granieten rotsen, uitstekend boven sparrenbossen. Een goede, bijna verlaten bergweg voert ons langs tientallen haarspeldbochten en evenveel zonovergoten panorama’s en bergzichten van nul naar 1250 meter hoogte. Om 10 uur ‘s morgens is het hier fris: 12° C.

Tientallen auto’s staan kriskras langs de weg geparkeerd. Er is nochtans een parking, maar … betalend en … duur: 2,50 € per uur en dus is die parking zo goed als leeg. Hier parkeren we onze twee auto’s. We splitsen op: David, Evelien, Pieter en Lou doen een grote wandeling, de Aiguilles de Bavella rondtoer of “loop”.

U Cumpuleddu.

Betty en ik kiezen voor ”une ballade facile” naar de “Trou de la Bombe” ofte “U Cumpuleddu” in het Corsicaans. Maar eerst even rondneuzen en kijken naar de Notre-Dame des Neiges, een wit beeld op een berg stenen met aan de voet daarvan het afval van de menselijke devotie: tientallen lege plastic omhulsels van religieuze kaarsen en plastic ex voto’s.

We stappen door een sparrenbos met varens die al duidelijk de herfst voelen: alle tinten van groen over geel naar oranje en bruin. Het lijkt wel of we hier alleen zijn. ‘t Is hier ook doodstil tot … twee oorverdovende knallen de stilte wreed verscheuren. Corsicaanse jagers op everzwijnen! Naarmate we rustig verder stappen, komen we meer wandelaars tegen en/of steken mensen ons voorbij. Het pad is aanvankelijk licht stijgend met af en toe rotspartijtjes. Na een tijdje wordt het echter serieus klim- en klauterwerk. Vanaf een open plek krijgen we een prachtig zicht op de rotspunten van de Aiguilles de Bavella. Vanaf hier houdt het klauteren niet meer op: op handen en voeten omhoog de rotsen op. Is dit echt “facile” naar Corsicaanse begrippen? Alvast een andere site klasseert deze wandeling als “difficile”!

Uiteindelijk, na 2 uur stappen, klimmen, dalen, klauteren en 140 meter stijgen, bereiken we de Trou de la Bombe, een rots met een rond gat er in. Niets te maken met een bom: het gat is door erosie ontstaan. De omgeving is wel fotogeniek. Alleen … na een tijdje staan, zitten, hangen hier tot veertig andere wandelaars samen op een kleine oppervlakte. Wat moet dat niet zijn in het toeristische hoogseizoen? Tijd om hier in het zonnetje de inwendige mens te versterken met eenvoudige lunch van brood en een paar straffe kaasjes: Tome de Brebis Alta Cima en Tome de Chèvre Alta Cima.

Terugweg … naar een Auberge.

De terugweg, deels een ander circuit dan de heenweg, is minstens even moeilijk. Verrassing: in het midden van het bos ligt een eenzame koe rustig te herkauwen. We komen uit bij de Auberge du Col de Bavella, een paar honderd meter van de betalende parking. De kastanjecake is hier excellent, maar je moet wel cash betalen … een technisch probleem met “Carte Bleu”, weet je wel.

Om 14.30 uur staan we terug bij de auto. Onze mede-vakantiegangers zitten nog ergens dicht bij de “Aiguilles”. Daar wachten we niet op: terug met de auto naar beneden. Maar een kudde producenten van de straffe kaas van deze middag blokkeert de weg. Staand en liggend op het warme asfalt maken ze niet direct aanstalten om plaats te maken. Ertussen laveren dan maar.

Onze andere reisgenoten arriveren drie uur later in ons vakantiehuis. Twaalf kilometer hebben ze gedaan, op en over rotsen met inbegrip van een afdaling met kettingen. Petje af, vooral voor achtjarige Lou. Morgen rustdag?

Omver geblazen door … en in … Bonifacio.

27/10/2025.

Ovu Santo.

Andermaal klimt deze ochtend een stralende zon uit de zee, ideaal weer voor een vroeg loopje. De berg af, langs het strand van Fautea richting Genuese toren, strand van Fautea-zuid volgen, dan – zwaar – berg over naar het volgende strand: de “Plage de l’Ovu Santo”, vrij vertaald het strand van het heilige ei. Geen idee waar die rare naam vandaan komt. Deze plek is ideaal voor duikers en snorkelaars want de zee wordt hier snel diep. Maar op dit moment ben ik alleen op de wereld.

Fantastische zonsopgang of niet, we kunnen het toch niet twee opeenvolgende dagen rustig aan doen. Op naar Bonifacio in het uiterste zuiden van Corsica.

Bonifacio centrum.

Zodra we uit de auto stappen op de “Parking P1 Marine” zijn we onder de indruk van het zicht op de oude stad en de citadel. “Blown away”, figuurlijk omver geblazen zijn we. Hoog boven de haven met jachten en zeilboten troont de oude stad op witte kalkstenen rotsen, veilig achter de middeleeuwse versterking, een oninneembare vesting die dit deel van de Middellandse Zee controleert. Wat hier beneden onmiddellijk opvalt: de tientallen bars, cafés en restaurants … voorzien op massa’s toeristen die er nu niet zoveel zijn. In de zomermaanden moet het hier hels druk zijn.

Langs de montée Rastello wandelen we omhoog naar de ingang van de citadel en de oude stad, ondertussen driftig foto’s nemend van een stad die op een uitgeholde rots over de zee hangt. Ook binnen de muren, in de smalle straatjes, overheersen de restaurants en winkeltjes. Het doet Italiaans aan, compleet met was die buiten langs en over de straat te drogen hangt. Af en toe lopen we langs de buitenkant van de stadsmuur met panorama’s over Bonifacio en de Middellandse Zee. Zelfs de noordkust van Sardinië is van hieruit te zien. We kuieren de hele stad door, van oost naar west. De zon is verdwenen, de toch al krachtige wind steekt op, we zijn er niet op gekleed …

Kerkhof en vuurtoren en … wind.

Op het uiterste westpunt van Bonifacio ligt het kerkhof, het oudste van Corsica. Het lijkt een stad op zich, met straten en huizen, grafkapellen eigenlijk. Af en toe landt een meeuw op het kruis van zo’n grafkapel: de ziel van een verdwenen visser volgens de “Bonifaciens”.

Nog even verder voor een zicht op de Phare de la Madonetta, vuurtoren. De wind is aangewakkerd tot 45 meter per seconde, 8 Beaufort, stormwind. We geraken amper nog vooruit, worden letterlijk bijna omver geblazen, vooral kleine Lou heeft het moeilijk. Evelien hangt als een moederkloek over haar heen. Ik slaag er amper in om foto’s te nemen. Zelden meegemaakt. Laten we met de stormwind in de rug snel opnieuw in de straatjes van Bonifacio verdwalen.

Lunchen: in een klein, oud pand – zijn er hier andere? – restaurant “L’assaghju”, vrij vertaald “het probeersel”. Er weerklinkt zachte Corsicaanse polyfonische muziek van de in Corsica wereldberoemde groep “L’attrachju”, de zonsondergang. Als lunch kiezen we voor cannelloni al brocciu, zonder dat we het op dat moment beseffen, het nationale gerecht van Corsica. Brocciu is een soort verse schapen- of geitenkaas met gehakte bietenbladeren, munt en allerlei kruiden.1 Heel lekker.

Bouches de Bonifacio.

Onze opgedane calorieën verbranden we snel door – eens buiten de stadsmuur – nog naar het natuurreservaat “Bouches de Bonifacio” te wandelen, deels via een pad door ondoordringbaar maquis. Vanop een open plek heb je een prachtig panorama van Bonifacio op de overhangende kalkrotsen.

“Thuis” wacht ons een onaangename verrassing: de stormwind heeft hier flink huisgehouden! De dekplaat van de jacuzzi is weggewaaid, net zoals een aantal kussens van de terras banken en … ramp! – groene trol, een knuffel van Lou. Groene trol is gelukkig in de buitendouche gewaaid! Die verdwenen kussens daarentegen zijn … onvindbaar. Die dekplaat recupereren we en verzwaren we op de jacuzzi met ligstoelen, maar niet voordat we nog een keer van de warme bubbels hebben geprofiteerd.

’s Avonds laat gaat de wind liggen. ‘t Valt op hoe “warm” het nog is, 17° C. De nacht is inktzwart, net zoals de zee … alleen drie lichtjes van vissersboten zijn nog te zien. Bona notte, dorme bè.


  1. Brocciu bevat minder lactose dan ricotta maar toch … Betty gaat voor tartaar.

De torens van Genua.

26/10/2025.

“Instant-leuk gevoel” omschrijft Evelien de sfeer deze ochtend. Kan ook niet anders: stralende zonsopgang, een paar wolkjes aan de lichtblauwe hemel en een uitzicht om U tegen te zeggen met de baaien en stranden van Fautea; met een toren, eind 16de eeuw gebouwd door Genua, op een landtong in de Middellandse Zee; met beboste bergen waar de herfst amper begonnen is. T-shirt weer!

Frans ontbijt.

Maar eerst voor ontbijt zorgen = met Pieter naar de “boulanger artisanal” in Sainte-Lucie de Ponte Vecchio. “U pani casanu” is hun Corsicaanse slogan: zelfgebakken brood! Op de toonbank is een bordje duidelijk voor toeristen bedoeld: “No CB”, geen “Carte Bleu”, bankkaart! De vriendelijke bakkersvrouw – wie beweert dat er alleen maar “norsicanen” in corsica wonen? – legt uit dat elke handelaar in Frankrijk twee betaalwijzen moet aanvaarden. En zij doet dat uiteraard: cash of … je mag je croissant of pain ook met cheque betalen! Geen bankkaarten want banken en overheid pikken daarvan teveel in. “Et nous ne sommes pas des moutons”, voegt ze er aan toe. “Les moutons sont là-haut dans les pâturages” en ze wijst vaag naar achter waar de bergen liggen. “A demain”, zegt ze nog …

Na het ontbijt – croissants, chocoladekoeken, rozijnenkoeken en stokbrood zijn inderdaad lekker en supervers – leidt kleine Lou ons naar de verwarmde infinity pool. Gezien het zomerse weer met een temperatuur vooraan in de twintig is dat niet moeilijk. Wat een verschil met het grijze weer gisteren in België. Nood breekt zwembad-gestoei: we moeten inkopen voor een paar dagen doen, in de spar in Sainte-Lucie.

Fautea: de toren van Genua.

Van de 13de tot de 18de eeuw was Corsica in handen van de Italiaanse havenstad Genua die – in “meeuw-vlucht” over zee – zo’n 250 km ten noorden van Corsica ligt. Om het eiland te verdedigen tegen voortdurende aanvallen van Barbarijse piraten1, bouwden de Genuezen verdedigingstorens rond om rond langs de Corsicaanse kusten. De toren van Fautea die we vanuit ons vakantiehuis kunnen zien – anderhalve kilometer te voet – is daar een van. We wandelen er heen.

Eerst de steile bergweg af, drukke RT10 over, langs een eerste strandje, een stukje maquis in, tot we niet verder mogen: de toren wordt gerestaureerd. Door een Brussels architectenbureau nota bene: er komt een nieuwe buitentrap, heraanleg van nutsvoorzieningen, betere bescherming van de archeologisch waardevolle binnenkant. De bouwvergunning is wel al drie jaar oud. Er liggen opengescheurde en versteende cementzakken op de site. De toren staat compleet in de steigers. Problemen? Het maquis-pad loopt verder tot op een tweede halve-maan-strand. Je kan hier de resten van een oude kalkoven bewonderen.

De tunnel van Fautea.

We wandelen terug langs de verlaten spoorwegtunnel van Fautea. De Corsicaanse oostelijke spoorlijn is na de Tweede Wereldoorlog nooit meer opnieuw volledig in gebruik genomen. Deze halve kilometer lange tunnel staat al meer dan tachtig jaar leeg. Langs de zuidelijke ingang wandelen we er een paar tientallen meter ver in. Langs de noordelijke zijde worden in de tunnel champignons gekweekt.

Drie verschillende flesjes bier uit Corsica.

Een wolk in de vorm van Malta hangt al een tijd boven de kust en blokkeert de zon. Het is onmiddellijk frisser. Een felle rukwind steekt op. Blauwzwarte wolken zetten van alle kanten op. Dat belet ons niet om van de buitenjacuzzi te genieten. En van lokale biertjes: verrassend, verfrissend, kruidig, hoppig, … lekker. En van de zonsondergang die in het westen de hemel in vuur zet en in het oosten grillig-roze silhouetten op de wolken tovert. Corsica is nog altijd het “Île de beauté”.


  1. Barbarije is de oude naam voor Noord-Afrika, wat nu Marokko, Algerije, Tunesië en Libië is. Barbarije is afgeleid van het Oudgriekse bárbaros. Ook “berber” – uit het Atlas gebergte in Noord-Afrika – stamt daarvan af.

Zuidoost Corsica.

20 september, 2025.

Kan je half-september nog “snel” een weekje zon “dichtbij” vinden? Corsica? Rechtstreekse vlucht met Air Corsica vanuit Charleroi1 naar Ajaccio, villa voor zes personen, in de bergen en met zicht op zee? Gevonden! In Conca, in het zuidoosten van Corsica.

Alegorie van Corsica in het vaticaan.
Allegorie van Corsica – Wikipedia

Corsicanen staan bekend als een fier, koppig en onafhankelijk volk. Dapper ook: al in de 16de/17de eeuw zorgde een Corsicaanse Garde voor de veiligheid van en in het Vaticaan. Zo dankbaar was paus Sixtus V dat hij in de “Hal van Constantijn” een fresco met allegorische voorstelling van Corsica en opschrift “Cyrniorum fortia bello pectora” – vrij vertaald: “Corsicanen met een dapper strijdershart” – liet aanbrengen. Helaas … die vechtlust bracht de Corsicaanse garde al snel in moeilijkheden. Na een gewelddadig incident met de Franse ambassadeur bij het Vaticaan werd de Garde na nog geen honderd jaar alweer ontbonden. Alleen de Zwitserse Garde bleef voortbestaan.

25 oktober 2025.

Fier en onafhankelijk … hoe contradictorisch is het dan dat we landen op de “Aéroport Ajaccio Napoléon Bonaparte”, genoemd naar de grootste landverrader uit de Corsicaanse geschiedenis?2 Of zijn ze daar trots op? Anderzijds, wil je weten wie de grootste schurken uit de geschiedenis waren, zoek dan de standbeelden in je buurt. Persoonlijk zou ik de luchthaven naar een andere beroemde Corsicaan vernoemen, bij voorbeeld Tino Rossi, onweerstaanbare charmezanger uit een andere eeuw en tijdperk.

Kaart van Corsica.

Genoeg gefilosofeer, we komen in de eerste plaats naar Corsica om hopelijk nog snel van wat herfstzon te profiteren. Om 8 uur ‘s avonds valt de temperatuur mee – 17° C – maar we hebben nog een nachtelijke rit over de ruggengraat van Corsica voor de boeg. Ongetwijfeld spectaculair mooi maar in het pikdonker met op 1.300 meter hoogte dichte mist, geen straatverlichting, schimmige koeien op de weg en geen wegmarkering, genieten we er niet echt van. Je zou nog wagenziek worden van de vele haarspeldbochten. Amper bewoning, geen dorpjes behalve na ruim twee uur rijden Ghisoni waar een wegwijzer naar een skistation wijst, maar voor de rest de tijd lijkt te hebben stilgestaan.

Het is middernacht als we een donkere parking langs de straatkant bereiken. Hier hebben we afgesproken met Christelle en haar man, de eigenaars van het vakantiehuis, wat 80 meter hoger op een steile berghelling ligt: ook met de auto is dit een stevig klimmetje van een kilometer lang. Nog een korte rondleiding door de villa – wat een huis is dit! – en we kunnen onder de donsdekens om vannacht over te schakelen op winteruur en een uurtje langer te slapen. Bonne nuit.


  1. 25/10/2025, Brussels South Charleroi airport: wat een vreselijke, drukke, onvriendelijke luchthaven. Te veel vluchten, te veel passagiers voor een te kleine terminal; alle tafeltjes en stoelen van elke eet- en drankgelegenheid bezet; tientallen zitten, liggen of eten en drinken op de vloer, wij inbegrepen. In de toekomst, mijden als het enigszins kan.
  2. Napoleon, geboren in Ajaccio als zoon van een strijder voor de onafhankelijkheid van Corsica, kon – nadat zijn vader naar de Fransen was overgelopen – studeren in Parijs. Aanvankelijk sympathiseerde hij ook met de Corsicaanse onafhankelijkheidsstrijders maar die hadden niets vandoen met de zoon van een overloper. Napoleon keerde dan maar opportunistisch zijn kar.